De Griekse godsdienst
Goddelijke machten en vele goden
Voor de oude Grieken waren veel gebeurtenissen onbegrijpelijk. Wat wij, dankzij onze kennis, kunnen verklaren, was voor de Grieken iets geheimzinnigs waar goddelijke machten achter zaten. Achter de wereld en natuur stonden, zo dachten ze, wezens met een eigen wil. Goddelijke machten lieten de winden waaien, lieten het donderen en bliksemen en veroorzaakten aardbevingen. Maar ook voor allerlei persoonlijke gebeurtenissen, zoals liefde, oorlog, sport, jacht en dronken zijn waren, volgens hen, de goden verantwoordelijk. De Grieken kenden zo een ingewikkelde wereld van veel goden en veel godinnen.
Het geloof in meer goden noemen we polytheïsme. Dit woord bestaat uit de woorden: πολυς (= veel) en θεος (=god).
Menselijke goden
De goden stonden heel dicht bij de wereld van de mensen. Ze bemoeiden zich met de mensenwereld. De goden hadden zelf kinderen bij mensen. Zo ontstonden halfgoden en helden, mensen met bijzondere eigenschappen.
Ook aan iets anders kun je zien dat de Griekse goden dicht bij de mensen stonden. De Grieken stelden hen voor als mensen, uiterlijk en innerlijk. Ze zagen er niet alleen uit als een mens, maar hadden ook hun eigenschappen: ze aten en dronken, ze maakten ruzie, ze waren jaloers en konden van iemand houden.
De goden leken dan wel op mensen, maar er waren twee belangrijke verschillen tussen goden en mensen: goden waren onsterfelijk, mensen niet. Goden waren ook veel machtiger dan mensen, als de god van de zee (Poseidon) boos was, dan werd de zee wild. De goden hadden nog een eigenschap die het gemakkelijk maakten met mensen om te gaan. Ze konden zich onzichtbaar maken en zich in allerlei gedaanten aan de mensen vertonen. Zo konden zij overall tussen de mensen aanwezig zijn om te helpen…of te straffen
Goden:
![]() |
Zeus was de oppergod van de Grieken. Hij woonde samen met de meeste andere goden op de berg Olympus in het noorden van Griekenland en was de koning van goden en mensen. Hij was de god van de lucht en het weer en zo had hij ook macht over wolken, regen, wind en donder. Hij wordt vaak afgebeeld met een bliksem in zijn hand. |
Hera was de zuster en de vrouw van Zeus. Zij is de godin van het huwelijk. Hera was vaak jaloers, als Zeus weer eens verliefd werd op een andere sterfelijke vrouw. Vaak heeft ze een staf in haar hand. |
![]() |
![]() |
Poseidon, de broer van Zeus, was de god van de zee. Poseidon wordt vaak afgebeeld met een drietand, waarmee hij de zee kon laten bewegen. De Grieken dachten dat de aarde op de zee dreef, dus beschouwden ze Poseidon ook als de god van de aardbevingen. |
| Hades, broer van Zeus en Poseidon, was de god van de Onderwereld. Daar woonde hij in zijn paleis samen met Persefone, de dochter van Dementer. Hij droeg zijn Hadeskap die hem onzichtbaar maakte. Vaak heeft hij de hoorn des overvloeds bij zich. | ![]() |
![]() |
Afrodite, de godin van de liefde en schoonheid, werd geboren uit het schuim van de zee. Van de dieren is de duif speciaal voor haar. |
| Eros, de god van de liefde, was waarschijnlijk haar zoon. Hij hield Afrodite door liefdespijlen op de mensen af te schieten. | ![]() |
![]() |
Ares, zoon van Hera en Zeus, was de god van de oorlog. Hij was daardoor niet erg geliefd. Er bestonden bijna geen tempels voor hem. Hij heeft altijd zijn wapenuitrusting aan. |
Als dochter van Zeus had Pallas Athena veel functies: ze was beschermster van de kunstenaars en handwerkslieden en ze was de godin van de wijsheid en kennis. In oorlogstijd werd Pallas Athena vereerd als oorlogsgodin. Zij is vaak afgebeeld met een helm op haar hoofd en een schild en een speer in haar hand. Zij was ook de beschermster van de stad Athena. Ook was zij een soort beschermengel van de Griekse helden. De uil was speciaal aan haar gewijd. |
|
![]() |
Van alle goden was Apollo de veelzijdigste. De Grieken vereerden hem niet alleen als god van het licht, maar ook de geneeskunde, de voorspellingskunst en de muziek stonden onder zijn bescherming. |
| Artemis was de tweelingzuster van Apollo en de dochter van Zeus. Zij hield van de natuur en was de godin van de jacht. Vaak zie je haar met een boog in haar hand, omgeven door beren, leeuwen of herten. |
|
![]() |
Hefaistos as de zoon van Zeus en Hera. Meteen na zijn geboorte merkte Hera, dat hij kreupel was. Zij gooide hem daarom van de Olympus af. Hefaistos kwam in de zee terecht, waar hij door zeegodinnen verzorgd werd. Hij was handig en werd smid. Hij maakte voor de goden de mooiste dingen. Het vuur, speciaal het vuur van de smeden, stond onder zijn bescherming. |
| Hermes, de zoon van Zeus, was de boodschapper van de goden. Daarnaast was hij ook de god van de reizigers, de handel en de dieven. Hij draagt altijd een reizigersmuts en in zijn handen houd hij een staf en heeft sandalen met vleugeltjes. Hij begeleidde de schimmen van de doden naar de Onderwereld. | ![]() |
![]() |
Dionysos, de god van de druiven en de wijn, was de zoon van Zeus. Hij werd vaak vergezeld door een menigte mainaden (vrouwen die in de ban van Dionysos waren geraakt) en satyrs (bosgoden, die half mens, half dier waren). Dionysos is vaak afgebeeld met een staf, die van boven omwonden is met klimopbladeren. |
Dementer.
De zuster van Zeus, was de godin van de landbouw, van de oogst en van het graan. Daarom staat ze vaak afgebeeld met een korenaar in haar hand.